Tijdschema in combinatie met sensors
In scholen werkt de basisventilatie meestal volgens een schema, aangevuld met CO2-vraagsturing. Dat betekent dat de ventilatie in het grootste deel van de school na sluitingstijd stopt. Maar die ene ruimte die nog moet worden gebruikt voor een ouderavond wordt nog wel van verse lucht voorzien, omdat de ventilatie ook wordt geregeld op basis van het CO2-niveau.
Er zijn verschillende combinatiemogelijkheden voor het regelen van de ventilatie. Er kan ook een PIR-sensor worden toegevoegd, die de unit start wanneer beweging wordt gedetecteerd en hem stopt wanneer er niet meer wordt bewogen in de ruimte. De CO2-sensor past het luchtvolume dan aan, aan het aantal gebruikers van de ruimte. De PIR-sensor fungeert dus als start/stop voor de basisventilatie, en het luchtvolume en de luchtkwaliteit worden geregeld met de CO2-sensor.
Nieuw is dat we de ventilatie nu ook vraaggestuurd kunnen regelen met behulp van een TVOC-sensor, gecombineerd met een CO2-sensor.
Vraaggestuurde decentrale ventilatie met PIR-sensor
De ventilatie-unit kan worden ingesteld om te starten/stoppen via een signaal van een PIR-sensor (bewegingssensor). Als de PIR-sensor beweging detecteert, wordt een startsignaal naar de ventilatie-unit verzonden. De unit start de normale werking met het luchtvolume en de toevoertemperatuur die vooraf zijn ingesteld. Wanneer er geen beweging meer wordt waargenomen, stopt het signaal en stopt de unit na de vooraf ingestelde looptijd.
Het PIR-signaal wordt vaak gebruikt om de werking van de unit om te schakelen van basisventilatie naar normale werking wanneer er mensen in de buurt van de sensor zijn. Vraaggestuurde ventilatie met een PIR-sensor is bijzonder geschikt voor gebruik in ruimtes met onregelmatig gebruik, zoals vergaderruimtes, bibliotheken en kleedkamers.
In ruimtes die niet regelmatig worden gebruikt, kan het zinvol zijn om het starten van de ventilatie-unit met basisventilatie over te laten aan de PIR-sensor, en vervolgens het luchtvolume te laten regelen door een CO2-sensor. Met deze combinatie is het meestal de CO2-sensor die regelt wanneer de ventilatie-unit weer moet stoppen.
Voor locaties met zowel regelmatig als incidenteel gebruik kan het zinvol zijn de ventilatie tijdens de ingestelde uren te laten draaien volgens het tijdschema en de CO2-sensor, en op andere tijdstippen te laten starten en stoppen door een PIR-sensor. Dit kan bijvoorbeeld een klaslokaal zijn dat naast het normale gebruik overdag ook af en toe gebruikt wordt voor ouderavonden en dergelijke.